Rechters

Rechters en Raadsheren

Hetgeen wordt uitgedragen door de politiek en media:

Een rechter wordt in Nederland voor het leven benoemd, dit met het oogmerk de onafhankelijkheid van de rechter te versterken, omdat hij dan niet hoeft te vrezen zijn baan te verliezen. Volgens de wetgever wordt die onafhankelijkheid, de objectiviteit en de onpartijdigheid van de rechter bevorderd door de mogelijkheid een rechter te wraken, hetgeen bijvoorbeeld zou kunnen gebeuren, wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Rechters zijn ingevolge wetsartikel 26 Rv. wettelijk verplicht om een oordeel uit te spreken over een concreet geschil, dat aan hen wordt voorgelegd, anders maken zij zich schuldig aan rechtsweigering. Zij worden in staat geacht om aan de hand van de door partijen gepresenteerde gegevens een gewogen eindoordeel te geven en partijen worden in staat geacht om die feiten ter zitting voldoende naar voren te brengen. Inzake zijn of haar oordeel dient een rechter vanzelfsprekend op zoek te gaan naar relevante bewijsvoering en deze te analyseren.

Van belang daarbij is, dat bijvoorbeeld consumenten, werknemers en huurders als sociaaleconomisch zwakkere partij, in grote mate beschermd worden door de dwingende regels van het consumenten-, arbeids- en huurrecht, waarvan hun tegenpartij niet kan afwijken. De kans dat de sterker geachte ondernemer, werkgever, professionele dienstverlener of verhuurder met behulp van gespecialiseerde advocaten die dwingendrechtelijke bescherming terzijde zou kunnen schuiven, is niet groot, zodat de situatie meer toegespitst kan blijven op alleen het vaststellen van de feitelijke omstandigheden. Welke rechtsgevolgen de wet aan die feiten vastknoopt, wordt toch steeds hoofdzakelijk door de dwingende wetsregel bepaald.
Geschillen kunnen vaak heel verschillend worden beslist: de rechter moet feiten vaststellen en waarderen en moet de toepasselijke regels uitleggen. Elke keuze die hij of zij maakt, heeft invloed op de mogelijke beslissing.

Ontwikkelingen en gevolgen

Behalve een andere notie van 'onafhankelijkheid' is er geleidelijk aan een tweede ontwikkeling gaande die rechters meer macht geeft. Vroeger hield de rechter zich strikt aan de wetsteksten en was dus niets meer dan 'wetstoepasser'. Tegenwoordig is dat anders. Uit onderzoek van deskundigen blijkt, dat er een verschuiving is opgetreden, waarbij rechters de wet mogen interpreteren en in sommige gevallen zelfs aanvullen. Door beide ontwikkelingen is het fundament onder de rechtsstatelijke positie van de rechter weggevallen, dit met een groter risico op juridische misslagen, wetsschendingen en andere fouten. Een logisch gevolg zou zijn dat de `nieuwe rechter' aansprakelijk gesteld kan worden voor die eventuele missers. En juist die aansprakelijkheid is in Nederland in de laatste jaren verdwenen.

De beroepsmatige aansprakelijkheid van rechters verdween samen met de rechtsweigering procedure in 2002. Vijf jaar eerder al werd de theoretische mogelijkheid om de rechter aan te klagen op basis van een onrechtmatige daad afgeschaft, waardoor er eigenlijk een heel bevreemdende situatie is ontstaan. Advocaten, notarissen, artsen, ambtenaren; allemaal kunnen ze aansprakelijk worden gesteld voor de misstappen die ze begaan. Alleen rechters niet, voor hen is het “vrijheid blijheid”, waarbij de blijheid van foutieve vonnissen natuurlijk niet op de getroffene van toepassing is. De belangrijkste redenen voor de politiek om de twee aansprakelijkheidsmogelijkheden af te schaffen waren: 1) het in het geding zijn van de onafhankelijkheid en 2) het aansprakelijk stellen voor onrechtmatige rechtspraak zou schade toebrengen aan het vertrouwen in de rechterlijke macht.

In verband met recente ontwikkelingen is de veel gehoorde conclusie echter, dat het onder bepaalde omstandigheden toch wenselijk is de persoonlijke aansprakelijkheid van rechters voor foutieve rechtspraak wederom in te voeren, waarbij als criterium zou kunnen gelden: of een andere gemiddelde rechter in dezelfde omstandigheden tot dezelfde uitspraak zou zijn gekomen. Met andere woorden: was de gewezen uitspraak te voorzien.

Aansprakelijkheid Staat der Nederlanden

Reeds sinds 1971 geldt volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (HR 3 december 1971, NJ 1972, 137) het uitgangspunt, dat het niet mogelijk is om de Nederlandse Staat op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk te stellen voor schade als gevolg van rechterlijke beslissingen, waarbij wel wordt aangegeven, dat een uitzondering op dit uitgangspunt moet worden gemaakt als bij de voorbereiding van de rechterlijke beslissingen zulke fundamentele rechtsbeginselen zijn veronachtzaamd, dat er van een eerlijke en onpartijdige behandeling geen sprake is geweest.
Let wel ! Met het veronachtzamen van fundamentele rechtsbeginselen wordt in deze echter bedoeld: schending(en) van een procedurele norm, waaronder niet vallen juridische misslagen en andere fouten.

Wanneer een rechter een misstap begaat bij de uitspraak in een rechtszaak heb je als burger, bedrijf of instantie momenteel dus geen poot om op te staan en is de simpele redenering, dat je pech hebt gehad. Het wordt thans de hoogste tijd, dat rechters weer persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor foutieve rechtspraak en in elk geval de Staat der Nederlanden aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die een burger, bedrijf of instantie leidt niet alleen vanwege schendingen van procedurele normen maar ook als gevolg van manifeste schendingen van EU-recht door magistraten in een rechterlijke beslissing.

Het behoeft geen betoog, dat het ten onrechte verliezen van een procedure een schokkende, frustrerende en zeer pijnlijke ervaring is met soms enorme financiële gevolgen, met name wanneer het in de betreffende rechtszaak ging om een alles of niets vraag inzake een door een eiser(es) opgevoerde grote vordering.

Abominabele (dikwijls opzettelijke) foutieve rechtspraak

Op deze website wordt onomstotelijk bewezen hoe slecht het in Nederland gesteld is met de civiele rechtspraak, waarbij het vanzelfsprekend slechts gaat om het topje van de ijsberg. Tevens blijkt dat er ook geen enkel middel bestaat om rechters tot de orde te roepen, laat staan dat zij bloot staan aan sancties. Uit de daar getoonde procedures blijkt bovendien, dat er inzake de door rechters begane blunders, juridische misslagen en wanprestaties zelfs meerdere malen sprake is van opzettelijk knoeiwerk in de door hen gewezen vonnissen en arresten, dit met enorme mentale en financiële gevolgen voor de getroffen burgers. Een ernstig neveneffect is, dat die burgers ook in andere (gelieerde) rechtszaken daarvan de nadelen kunnen ondervinden en zij ook bij tijd en wijle door medeburgers als “losers” worden ervaren.
Deze kwaadwillende rechters menen kennelijk dat, omdat hun integriteit en professionaliteit nooit ter discussie staat, zelfs vanwege het rechtssysteem niet ter discussie mag staan, zij in de uitoefening van hun beroep de maatstaf “wat aanrommelen” kunnen hanteren, waarbij zij bovendien niet schuwen vriendjespolitiek en partijdigheid tot norm te verheffen.
Wraking is een dode letter, die alleen maar leidt tot chagrijn van de betrokken rechter en zijn beoordelaars, dit wederom met voorspelbaar noodlottige gevolgen voor de wraker.

Volledigheidshalve zullen alle blunderende magistraten op de website met naam worden genoemd, met opsomming van alle nevenfuncties (voor zover bekend). Reeds vanwege die vele bijbanen kan de vraag worden gesteld of het voor sommige rechters überhaupt wel mogelijk is om de aan hen voorgelegde casussen grondig te onderzoeken en een eerlijke en deskundige uitspraak te doen.

Gonnie Akkermans