Rechterlijke macht

Op deze pagina wordt uiteengezet hoe de rechterlijke macht in Nederland is georganiseerd, en hoe deze in theorie zou moeten functioneren. Dat de werkelijkheid heel anders uitpakt blijkt uit onze ervaringen met de rechtspraak waarvan op deze website uitgebreid verslag wordt gedaan.

Rechtbanken

Een rechtszaak begint meestal bij de rechtbank. Er zijn elf rechtbanken.
Iedere rechtbank is opgedeeld in verschillende rechtsgebieden:

 •    Civiel recht (burgers onderling)
 •    Bestuursrecht (burger versus overheid)
 •    Strafrecht (bij overtredingen en misdrijven)
 •    Sector kanton

Hoger beroep instanties

Wie het niet eens is met een uitspraak van de rechtbank, kan in hoger beroep. Strafzaken en civiele zaken komen terecht bij een van de vier gerechtshoven. Bij bestuurszaken kan het hoger beroep afhankelijk van het onderwerp terechtkomen bij:

 •    Een Gerechtshof
 •    Centrale Raad van Beroep
 •    College van Beroep voor het Bedrijfsleven
 •    Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak)

Hoge Raad

De Hoge Raad der Nederlanden is de hoogste rechtsprekende instantie in Nederland op het gebied van civiel recht, strafrecht en belastingrecht. De Hoge Raad kan uitspraken van met name gerechtshoven vernietigen. Verder is de Hoge Raad belast met toezicht op de rechtseenheid en rechtsontwikkeling van het Nederlandse recht.

De Hoge Raad behandelt bijna altijd zaken naar aanleiding van een arrest van het hof. De Hoge Raad gaat anders te werk dan de rechtbank en het gerechtshof. Dit hoogste rechtscollege oordeelt niet over de feiten, maar kijkt alleen of het recht op een goede manier is toegepast. Beroep in cassatie, zoals het hoger beroep bij de Hoge Raad heet, is vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat de verschillende rechters het recht zoveel mogelijk op dezelfde manier toepassen, zodat het recht voor iedereen gelijk is.

Van alle jurisprudentie is die van de Hoge Raad voor rechters de belangrijkste leidraad als het gaat om de juiste toepassing van de wet. Als de Hoge Raad vindt dat het recht in een bepaalde zaak niet goed is toegepast, dan moet die zaak opnieuw worden behandeld door een gerechtshof.

Raad voor de rechtspraak

De Raad voor de rechtspraak hoort bij de rechterlijke macht, maar spreekt zelf geen recht. De algemene taak van de Raad is het bevorderen dat de gerechten hun werk - rechtspreken - goed kunnen doen. De Raad behartigt de belangen van de gerechten bij de politiek en het (lands)bestuur, in het bijzonder de minister van Veiligheid en Justitie.

De Raad voor de rechtspraak vormt het overkoepelende bestuur voor de gerechten. Belangrijke taken van de Raad zijn: het zorgen voor de begroting, verdeling van financiële middelen over de gerechten en stimuleren van de zelfstandige bedrijfsvoering door de gerechten. Een andere belangrijke taak is het adviseren van regering en parlement, na overleg met de gerechten, over wetten die de organisatie van de rechtspraak raken. Daarnaast houdt de Raad toezicht op de gerechten bij de bevordering van de juridische kwaliteit.

Jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak

Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak

De NVvR is de vakvereniging van officieren van justitie en rechters. Ieder jaar worden ongeveer 1,8 miljoen zaken voor de rechter gebracht. Nederland telt circa 2.400 rechters en 800 officieren van justitie. Ongeveer 70% van alle magistraten is lid van de vereniging. De NVvR behartigt de belangen van haar leden, beschermt de onafhankelijke (rechts-)positie en bewaakt de kwaliteit van de rechtspraak. De NVvR is opgericht in 1923.

Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak

Wat is recht?

Om een oordeel te geven in een conflict moet de rechter eerst weten wat er aan de hand is. Ieder van de partijen krijgt de gelegenheid zijn kant van de zaak naar voren te brengen, schriftelijk, mondeling of allebei. Daar gelden spelregels voor. Die zijn niet voor alle zaken hetzelfde. In het strafrecht gelden andere regels dan in het civiel recht.
Als de rechter alle feiten en omstandigheden van een zaak in kaart heeft gebracht, toetst hij die aan het recht. Het recht vind je niet alleen terug in de wet. Recht is het gehele samenstel van regels en afspraken die in de maatschappij gelden. Geschreven én ongeschreven regels.

Jurisprudentie

Alle uitspraken die rechters ooit gedaan hebben, worden bewaard. Het geheel van die uitspraken van rechters noemen we jurisprudentie. Voordat ze een beslissing nemen, raadplegen rechters niet alleen de nationale en internationale wetten en regels. Ze bekijken ook de jurisprudentie over het onderwerp, dus wat hun collega’s in soortgelijke gevallen hebben beslist. Maar ze hoeven niet per se een zelfde beslissing te nemen. Soms wijkt een rechter af van de uitspraken van zijn voorgangers. De maatschappij verandert tenslotte elke dag en in het echte leven is niet iedere situatie hetzelfde. Er moeten nuances worden aangebracht. Daarom legt de rechter de wetten soms ook uit. Zo staat bijvoorbeeld in de wet dat iemand recht heeft op een redelijke vergoeding als hij wordt ontslagen. Maar wat is redelijk? Dat bepaalt de rechter aan de hand van de omstandigheden van het geval.

Vrouwe Justitia

Vrouwe Justitia is de geblinddoekte vrouw met het zwaard in de ene en de weegschaal in de andere hand. Het zwaard symboliseert de macht van het recht. De weegschaal symboliseert de afweging van de belangen van beide partijen. Vrouwe Justitia oordeelt zonder aanzien des persoons. Vandaar dat ze geblinddoekt is. Zo is de rechter: objectief en onpartijdig.

Ongeschreven recht

Ons gedrag en onze handelingen worden mede bepaald door ongeschreven regels: gewoonten en gebruiken. Die verschillen per beroepsgroep en per streek. Zo gelden in het bankwezen andere gewoonten dan op een bloemenveiling. Een rechter kan daar rekening mee houden bij zijn beslissing. Recht is recht, maar rechtspraak is maatwerk. Want situaties verschillen en geen mens is hetzelfde.

Recht voor een bepaald geval

Naast wet- en regelgeving, jurisprudentie en ongeschreven recht houdt de rechter ook rekening met rechtsnormen die alleen voor specifieke gevallen gelden. Denk bijvoorbeeld aan afspraken die twee partijen hebben gemaakt in een koop- of arbeidsovereenkomst, of aan een vergunning die door de overheid is verleend.

Wie zijn de rechters?

De uitspraak van een rechter is bindend. Dat betekent dat iedereen, ook degenen die niet om die uitspraak hebben gevraagd, zich moet neerleggen bij de beslissing van de rechter. Omdat dat grote gevolgen kan hebben – denk aan gevangenisstraf of een hoge boete – worden hoge eisen gesteld aan de rechter.

Een rechter wordt pas benoemd na een strenge selectie, als hij een gedegen opleiding heeft gehad en van onberispelijk gedrag is. Daaraan ontleent de rechter een deel van zijn gezag. Een andere belangrijke voorwaarde voor eerlijke rechtspraak is dat een rechter onafhankelijk is. Daarom worden rechters voor het leven benoemd. Zij hoeven zich niet – uitzonderlijke situaties daargelaten – te verantwoorden tegenover de minister, het parlement of elkaar.

Rechters moeten verder objectief zijn. Ze mogen niet dezelfde (of tegengestelde) belangen hebben als een van beide partijen in een rechtszaak. Rechters hebben natuurlijk wel een eigen mening. Maar bij hun taak als rechter mogen zij hun persoonlijke opvattingen en geloofs- of levensovertuiging niet laten meewegen. Om die onpartijdigheid uit te drukken, zien alle rechters er tijdens hun werk hetzelfde uit, zij dragen een toga.

Civiele rechtspraak

De partijen die een conflict hebben, zijn allebei hoofdrolspeler in een civiele zaak. Degene die de procedure start noemen we ‘eiser’. Degene die zich tegen die eis moet verweren heet de ‘gedaagde’. Derde hoofdpersoon is de rechter aan wie de zaak wordt voorgelegd. De rechter in een civiele procedure laat zich voornamelijk leiden door hetgeen partijen zelf aandragen. Beweert iemand iets dat voor het toewijzen van zijn eis of het slagen van zijn verweer noodzakelijk is, dan moet hij dat bewijzen. Beweert de eiser bijvoorbeeld dat hij met de gedaagde heeft afgesproken dat die hem op 1 juli iets zou leveren, dan zal hij bewijs moeten leveren als de gedaagde dat tegenspreekt. Bijvoorbeeld door een ondertekend document te laten zien of een getuige het verhaal te laten bevestigen. Kan hij dat niet, dan staat dat feit voor de rechter niet vast. Maar als de andere partij de leverdatum van 1 juli niet aanvecht, dan is die datum voor de rechter wel een vaststaand feit.

Bijstand van een advocaat is, anders dan bij de sector kanton, verplicht bij andere civiele procedures. Kan iemand geen advocaat betalen, dan kan hij via de Raad voor Rechtsbijstand een advocaat krijgen. Een eigen bijdrage, afhankelijk van het inkomen en vermogen, is wel verplicht. De advocaat zal normaal gesproken proberen te onderhandelen voordat hij een procedure start, om op die manier een oplossing te bereiken. Een gerechtelijke procedure is immers duur, inspannend en meestal ook psychisch erg belastend.