30 oktober 2015

Open brief aan mw. Rosa Jansen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak

In en artikel op Nu.nl stelt mw. Rosa Jansen dat "Uitspraken van Wilders over de rechtspraak onwaardig en gevaarlijk zijn".

Wij denken dat heel veel mensen die te maken hebben gehad met de rechspraak de kritiek van Wilders zeer herkenbaar zullen vinden. In onze optiek kan mw. Rosa Jansen daarom, in plaats van het aanvallen van de boodschapper, beter kritisch kijken naar het functioneren van de rechtspraak.

Het kan natuurlijk zo zijn dat de voorzitter van de NVvR helemaal niet weet hoe het er in werkelijkheid aan toegaat. Daarom hebben wij een brief geschreven waarin onze ervaringen met de rechtstaat uit de doeken worden gedaan. Daarbij hebben we te maken gehad met vele tientallen rechters, raadheren, advocaten, bewindvoerders, deurwaarders en notarissen, met verschillende rechtbanken en gerechtshoven, de Hoge Raad, wrakingen en het tuchtrecht. We kunnen ons dan ook met recht ervaringsdeskundigen noemen, en hebben een hele andere opvatting over het functioneren van de rechtspraak. Een passage uit de brief:

Het gevaar voor chaos waar u zo bang voor bent, komt niet door uitspraken van de heer Wilders, maar door het abominabele werk van vele magistraten en hun vazallen. Deze chaos zal binnen niet al te lange tijd uitgroeien tot een enorme omvang, omdat uit zal komen, dat magistraten gewone integere en keihard werkende burgers geheel bewust en met voorbedachten rade om redenen die het daglicht niet kunnen velen tot de bedelstaf brengen en zo vertrappen, dat zij geen enkele uitweg meer zien. In mijn computer heb ik een enorme hoeveelheid kopij opgeslagen, die is gebaseerd op de vele, vele foutieve vonnissen en arresten, die mijn man, onze zoon en mij ten deel zijn gevallen, op de handelwijzen zijdens magistraten tijdens zittingen, op het schenden van een goede procesorde, op het niet toepassen van de landelijke procesreglementen, op de oneigenlijke manieren waarop pleidooien worden geweigerd, op het zonder motivatie weigeren van het horen van getuigen, op het schenden van het recht op wederhoor, op het verzuimen het verplichte proces-verbaal van een zitting op te stellen, etc. etc.

Ook zal overtuigend worden bewezen, dat wrakingen van rechters en het tuchtrecht voor de betrokken beroepsbeoefenaars niet werken. Daarbij zullen ook alle (proces) stukken van alle partijen op de website worden gezet, zodat iedere geïnteresseerde zelf kan beoordelen of er daadwerkelijk iets aan de hand is in onze veelgeroemde rechtstaat, voor mij en mijn familie inmiddels als een bananenrepubliek te betitelen.

T.z.t. zal alles via tal van media naar buiten worden gebracht, waarbij de processtukken en vonnissen, waarop mijn stellingen dus zijn gebaseerd, op de website zullen worden getoond, en zal er een schokgolf door Nederland gaan. Wanneer ik de publicaties niet zelf meer zal kunnen doen en begeleiden zullen mijn (hoogopgeleide) kinderen dat doen, dit met hulp van andere mensen, die willen inzien en zelf aan de hand van de processtukken kunnen constateren hoe het met het civiele recht in Nederland is gesteld. Het is bekend, dat klokkenluiders meestal zo worden getreiterd, dat soms de dood erop volgt en zij in ieder geval geen leven meer hebben, dat nog waard is om te omhelzen. Het behoeft geen betoog hoe mijn man en zoon en ikzelf al jarenlang onder de verwoestende situatie lijden. De race is thans gelopen, ons leven is kapot door de verderfelijke activiteiten van een grote vastgoedmaatschappij, een bewindvoerder, ING-bank, vele liegende en bedriegende advocaten en enkele notarissen en deurwaarders, alle op onjuiste gronden gefaciliteerd door hooggeprezen magistraten, die eigenlijk niets anders verdienen dan gestraft te worden voor hun onoorbare praktijken. Ook onze kinderen en kleinkinderen en meerdere familieleden zijn tot op het bot geraakt door de situatie. Wij zijn inmiddels 79 en 74 jaar en moe en uitgestreden. Volgens uw zeggen is de heer Wilders bang (denkelijk terecht) voor “een PVV-haatproces”. Wij hebben zulke “Hofs-haatprocessen” al jarenlang aan den lijve ondervonden. Het is onvoorstelbaar en ontoelaatbaar hetgeen wij allemaal in de processtukken van wederpartijen naar ons hoofd hebben gekregen en hoe vijandig sommige rechters zich in zittingen (en ook in hun vonnissen) tegenover ons hebben uitgelaten. Het toppunt van alles waren de telefonische dreigementen en beledigingen van managers van ING te Enschede en Amsterdam, welke gesprekken zijn opgenomen en ook gepubliceerd zullen worden. De foute magistraten bevinden zich in goed gezelschap.

De hele brief aan voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak

14 mei 2015

Zaak: Aansprakelijkstelling Staat der Nederlanden wegens overschrijding redelijke termijnen

In hun pleidooi hebben Hofs c.s. inzake grief 27 gesteld dat de redenatie van de Staat in zijn Memorie van Antwoord onder de punten 4.15.1 en 4.15.4 in reactie op deze grief niet maakt, dat de kantonrechter de wet in deze niet heeft geschonden. Met name is daarbij van belang, dat de Staat heeft gesteld, dat Hofs c.s. niet hebben onderbouwd dat het feit, dat van de comparitiezitting geen proces-verbaal is opgemaakt tot vernietiging van het bestreden vonnis zou moeten leiden. Deze onderbouwing hebben Hofs c.s. namelijk wel degelijk gegeven door onder hun grief 27 te verwijzen naar uitspraken van de Hoge Raad en daaruit te citeren. In hun pleidooi hebben zij wederom naar uitspraken van de Hoge Raad verwezen en tevens naar relevante wetsartikelen, zijnde de artikelen 84, 88, 91, 279 lid 4 en 290 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het Hof heeft dit alles over het hoofd gezien en doet het voorkomen, alsof Hofs c.s. alleen hebben gesteld dat zij in staat hadden moeten worden gesteld om na ontvangst van het proces-verbaal nog schriftelijk te reageren, hetgeen sowieso een onbegrijpelijke stelling is, aangezien er helemaal geen proces-verbaal is opgemaakt. In hun pleidooi hebben Hofs c.s. overigens duidelijk gemaakt waarom een proces-verbaal van groot belang was geweest en dat wanneer dit wel was opgemaakt zij daar dan op hadden willen reageren met een akte, een onderbouwd verzoek daartoe door een rechter overigens nooit geweigerd zal worden dan wel mag worden.

Ook grief 29 heeft het Hof ten onrechte laten falen, met name omdat daarin door Hofs c.s. terecht wordt verwezen naar wetsartikel 87 Rv. met de aanvulling, dat lid 4 daarvan bepaalt, dat indien geen schikking tot stand komt, de rechter de dag bepaalt waarop de zaak weer op de rol zal komen en dat nu er geen schikking tijdens de comparitiezitting tot stand is gekomen dit betekent dat de kantonrechter een datum voor het uitbrengen van de conclusie van repliek zijdens Hofs c.s. had dienen te bepalen, waarom bovendien meerdere malen uitdrukkelijk is gevraagd. Ook hier is weer van belang, dat het Hof de partijautonomie heeft geschonden, omdat de Staat het ter weerlegging van grief 27 uitsluitend en alleen heeft gehad over het proces-verbaal van de zitting, dit tenslotte met de foutieve conclusie, dat voor het opmaken een dergelijk proces-verbaal op de voet van wetsartikel 88 lid 3 Rv. geen verplichting bestaat !!

13 mei 2015

Zaak: Aansprakelijkstelling Staat der Nederlanden wegens overschrijding redelijke termijnen

De Staat heeft in zijn Memorie van Antwoord nergens gesteld dat omtrent de redenen van aanhoudingen van de bodemprocedure vóór 19 januari 2007 niets bekend is en evenmin dat niet duidelijk is wat zich tussen 30 maart 2007 en 23 juli 2007 heeft afgespeeld. Omdat het Hof dit in r.o. 21 eigener beweging heeft gedaan heeft het daarmede het beginsel van de partijautonomie en de lijdelijkheid wederom geschaad. In r.o. 21 heeft het Hof gesteld dat aangenomen moet worden dat de onnodige vertraging in de civiele procedure van Hofs jr. heeft gezorgd voor een onnodige vertraging van anderhalve maand in de schuldsaneringsprocedure van Hofs sr. Die periode behelst echter twee en een halve maand, namelijk van 19 januari 2007 tot 30 maart 2007, zodat de conclusie van het Hof in elk geval onjuist is.

In r.o. 25 miskent het Hof dat grief 25 in de eerste plaats ging over het door de kantonrechter schenden van de partijautonomie door in r.o. 75 eigener beweging te wijzen op het in kracht van gewijsde gaan van het arrest van het Hof en te beginnen over het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, waarbij Hofs sr. heeft opgemerkt, dat de Staat met betrekking tot schending van het LPR door het Hof in zijn Conclusie van Antwoord dus helemaal niets gezegd heeft. Vervolgens heeft Hofs sr. de stellingen van de Staat onder de punten 6.7 t/m 6.13 van zijn CvA in zijn grief voor zover nodig expliciet weerlegd. In hun pleidooi hebben Hofs c.s. vervolgens gesteld, dat het de Staat dus ook niet kan baten door onder punt 4.13.2 van zijn MvA toch naar zijn stellingen 6.7 t/m 6.13 van zijn CvA te verwijzen.

12 mei 2015

Zaak: Aansprakelijkstelling Staat der Nederlanden wegens overschrijding redelijke termijnen

In het tweede gedeelte van r.o. 8 van het arrest d.d. 28 april 2015 is het Hof de weg helemaal kwijt. Toelichting: Het stelt daar o.a. dat het voorts uit de toelichting op de grieven 10, 11 en 15 afleidt, dat Hofs c.s. daar heeft gesteld, dat er ook onnodige vertraging is ontstaan doordat de kantonrechter te Enschede, althans de rolrechter, heeft toegelaten dat V.N.I. pas op 31 januari 2006 een conclusie van repliek nam. Onder grief 10 was daaromtrent echter helemaal niets te vinden, omdat die grief uitsluitend en alleen ging over de volgens Hofs c.s. foutieve visie van de kantonrechter inzake het toegestane moment van grondslaguitbreiding dan wel grondslagwijziging. Ook grief 15 had niets van doen met het te laat uitbrengen van de CvR door V.N.I. Zodoende bleef het door Hofs c.s. gestelde onder grief 11 over, waar door hen is aangegeven dat de kantonrechter in r.o. 58 foutief heeft weergeven hetgeen door Hofs c.s. ter comparitie van partijen in hun pleitnota is gesteld met betrekking tot het uitbrengen van de CvR door V.N.I. Het was dus niet aan het Hof om daar eigenmachtig een draai aan te geven, waarbij vanzelfsprekend van belang was, dat de Staat in zijn Memorie van Antwoord op geen enkele manier die grief heeft weten te weerleggen, hetgeen Hofs c.s. overtuigend in hun pleidooi hebben aangetoond.

Het bovenstaande voert tot de conclusie dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld, dat grief 11 heeft gefaald.

Van belang inzake r.o. 20 van het arrest d.d. 28 april 2015 is dat het Hof voorbij is gegaan aan het door Hofs sr. gestelde onder het eerste deel van grief 19, waar hij degelijk onderbouwd heeft bewezen, dat de kantonrechter in r.o. 69 met haar verhandeling buiten het debat van partijen is getreden. Het door Hofs c.s. in hun pleidooi gestelde bewijst dat de Staat het betoog van Hofs sr. onder grief 19 niet begrepen heeft en dit dus ook op geen enkele manier heeft weerlegd. Het Hof gaat slechts in op hetgeen onder deze grief door Hofs sr. volledigheidshalve is gesteld, waarop door de Staat in zijn MvA geen enkele reactie is gegeven. De conclusie kan dus alleen maar zijn, dat ook grief 19 niet had kunnen falen.

11 mei 2015

Zaak: Aansprakelijkstelling Staat der Nederlanden wegens overschrijding redelijke termijnen

De komende dagen zal ik enkele blogs wijden aan wederom een foutief arrest d.d. 28 april 2015, ditmaal van het gerechtshof Den Haag (zaaknummer 200.144.313). Partijen: de heren B.Th. Hofs en R.T.B. Hofs als eisers en de Staat der Nederlanden als gedaagde, met als grondslag onrechtmatige handelwijze zijdens de Staat (ingevolge wetsartikel 6:162 BW), inhoudende een overschrijding van de redelijke termijn ter zake enkele tussen V.N.I. Enschede B.V. en de heren Hofs gevoerde procedures. Het betreffende hoger beroep is ingesteld naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank Den Haag (Team kanton) d.d. 9 december 2013, hetgeen is gewezen ten nadele van Hofs sr. en Hofs jr.

De vertragingen tijdens de procedures zijn grotendeels veroorzaakt door fouten begaan door de rechterlijke macht, waardoor extra tussenvonnissen en tussenarresten benodigd waren, door foutieve rolbeslissingen en tevens door ernstige schendingen van de Landelijke procesreglementen. Hierdoor meenden de heren Hofs, die reeds door de handelwijze van de rechterlijke macht enorme schade hadden geleden, in elk geval in aanmerking te zullen komen voor een vergoeding m.b.t. overschrijding van de redelijke termijn, dit ingevolge rechtspraak van de Hoge Raad, zijnde HR 3 december 1971, NJ 1972, 137. Als uitgangspunt ter zake deze uitspraak geldt dat het niet mogelijk is om de Nederlandse Staat op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk te stellen voor schade als gevolg van rechterlijke beslissingen, maar dat er een uitzondering kan worden gemaakt voor schade ontstaan door een te lange duur van een procedure, waarbij de Staat de veroorzaker is, hetgeen overigens een logische voorwaarde is.

Mij is echter gebleken, dat de rechterlijke macht het dan zo weet te regelen, dat toch de klager en zijn wederpartij de veroorzakers van de vertragingen zijn en de Staat vrijuit gaat. Dat daarbij zaken verdraaid worden en keer op keer het beginsel van de partijautonomie en de lijdelijkheid van de rechter wordt geschonden interesseert de magistraten niet. Het eigen nest mag in elk geval niet bevuild worden en de broodheer moet beschermd worden. Daarbij wordt dan ook nog een flinke boete uitgedeeld om de (terecht) procederende burger een lesje te leren: veroordeling tot de proceskosten, die in het onderhavige geval een bedrag van € 4.236,-- (plus rente) vertegenwoordigden, te betalen aan de Staat!!

Vaststaat in elk geval dat de landsadvocaat (mr. G.J.H. Houtzagers van Pels Rijcken) niet één van de processtukken zelf heeft geredigeerd, maar dit heeft overgelaten aan een onervaren collega, een jonge advocate die van de hele zaak niets begrepen heeft, hetgeen uit die stukken overtuigend is gebleken. Geen nood echter, want daar waren de kantonrechter en de raadsheren, die overduidelijk als advocaten van de Staat zijn opgetreden, waarbij zij om de Staat in het gelijk te stellen bovendien genoodzaakt waren ook nog eens een aantal zaken te verzinnen en te verdraaien, daarbij relevante bewijsvoering zijdens de heren Hofs meermaals compleet negerend, daar waar hun expertise als advocaat toch niet toereikend was. Ook is vele malen het adagium: “het gesloten stelsel van rechtsmiddelen” van stal gehaald, waarbij steeds de verbijsterende opmerking werd gemaakt, dat er daarom vanuit gegaan moest worden, dat alle door de heren Hofs genoemde (overduidelijke) juridische misslagen in de procedures V.N.I./Hofs c.s. met betrekking tot (rol)beslissingen door de rechters niet begaan zijn en de betreffende vonnissen en arresten voor juist moeten worden gehouden. Hoe idioot zijn zulke niets met de werkelijkheid van doen hebbende uitspraken!!

De burger krijgt desondanks via tal van media nog steeds te horen dat het belangrijkste in de civiele rechtspleging is: waarheidsvinding !!

6 mei 2015

Column van Daan Keur

Vandaag las ik in het “Rechtspraak Magazine” een column van Daan Keur, zijnde president van de rechtbank Noord-Nederland, geheten: “Lees eens een vonnis van een rechter”. Daarin raadt hij burgers dus aan eens een vonnis te lezen, dit met het doel om te kijken of men het denkproces van de rechter kan volgen en dan te begrijpen waarom hij tot zijn beslissing is gekomen. Welnu, ik heb vele vonnissen en arresten niet alleen gelezen maar ook tot op het bot uitgeplozen (zie Procedures) en vrijwel steeds ben ik tot de conclusie moeten komen dat er erbarmelijk werk door de magistraten is geleverd, waarbij procedurele schendingen, juridische misslagen, verdraaiing van feiten, negeren van bewijsvoering, schendingen van partijautonomie, partijdigheid, etc. etc. het decor vormden. Mr. Keur zal ongetwijfeld een erudiet en wellicht ook een rechtschapen rechter zijn, maar hij weet in elk geval niet hetgeen de dagelijkse praktijk is met betrekking tot de civiele rechtspraak in Nederland. Hij vermeldt nog, dat ongeveer twee procent van de 1,8 miljoen jaarlijkse uitspraken op rechtspraak.nl wordt gepubliceerd, welke publicatie dan geschiedt vanwege maatschappelijke belangstelling of als een vonnis bijzondere juridische waarde heeft, aldus mr. Keur. Ik heb ook vele van die vonnissen bestudeerd en inderdaad is het zo, dat die in elk geval duidelijk zijn en van een hoog taalkundig niveau.

Het is duidelijk dat de vonnissen die worden gepubliceerd met zorg worden uitgezocht. De vonnissen waar ik het over had verdwijnen echter in de archieven en daar kraait nooit meer een haan naar, maar hebben wel een verwoestend spoor bij de getroffen burger getrokken.

Het artikel in Rechtspraak magazine