14 februari 2017

Het hele artikel op Nu.nl

"In bijna de helft van de verkiezingsprogramma’s staan voorstellen die lijnrecht ingaan tegen de huidige Grondwet en de rechtsstaat. Deze Nederlandse politieke partijen komen met voorstellen die bijvoorbeeld inbreuk maken op de rechtszekerheid, op fundamentele mensenrechten of op de toegang tot een onafhankelijke rechter.

In het verkiezingsprogramma van de PVV staan de meeste voorstellen die in strijd zijn met internationale verdragen, afbreuk doen aan de rechtsstaat of botsen met de huidige Nederlandse regels. Dat concludeert een commissie van hoogleraren die in opdracht van de Nederlandse Orde van Advocaten dertien partijprogramma’s heeft doorgelicht op hun gevolgen voor de rechtsstaat."

Het mag zo zijn, zoals de geleerden beweren, dat de verkiezingsprogramma’s één of meer maatregelen bevatten, die de rechtsstaat kunnen verzwakken. Beter zou het zijn wanneer de Orde van Advocaten en hoogleraren hun tijd zouden besteden aan een grondig onderzoek hoe het werkelijk is gesteld met de rechtsstaat en de rechtspraak. Zij zouden dan tot geen andere conclusie kunnen komen dan dat de rechtsstaat illusionair is en de rechtspraak slecht en veelal zelfs crimineel is.

Hierbij een reactie op de door mij en mijn man ontvangen arresten van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij ik alleen de procedurele schendingen zal verwoorden. Het aangeven van de inhoudelijke misslagen en werkelijk idiote overwegingen van het Hof en al hetgeen aan de arresten is voorafgegaan vergt namelijk een boekwerk. Daarbij is zowel door magistraten als door ING als door een betrokken notaris overtuigend valsheid in geschrifte en bedrog gepleegd, dit met enorme gevolgen voor ons. ING heeft ons zelfs bestolen. De arresten betreffen dus een door ons geëntameerde herroepingsprocedure in verband met een erbarmelijk arrest d.d. 13 oktober 2015 van hetzelfde Hof, waarbij het Hof veelal de leugens van ING in haar processtukken klakkeloos heeft overgenomen, daarbij onze bewijsvoering compleet negerend. Ook heeft het Hof vele malen de partijautonomie geschonden, jurisprudentie foutief toegepast, zelf zaken ten gunste van ING verzonnen, etc. etc. Kortom: een grof schandaal !!


Het arrest d.d. 2 augustus 2016

Artikel 385 Rv. luidt:

Het geding (tot herroeping) wordt ingeleid met een dagvaarding die voldoet aan de eisen van artikel 111 Rv en wordt verder gevoerd op de wijze als in de tweede titel is bepaald. (De inhoud van artikel 111 Rv is uitgelegd op een standaard dagvaardingsprocedure)
Het Hof stelt onder het kopje 3. De Beslissing van het arrest d.d. 2 augustus 2016 echter: Het Hof recht doende in hoger beroep. Door deze misslag heeft het Hof ons veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 894,--, zijnde dus proceskosten behorend bij een hoger beroep procedure, terwijl het hier dus ging om een dagvaardingsprocedure, waarbij een proceskostenveroordeling ad € 453,-- paste.


Het arrest d.d. 31 januari 2017

Dit betreft het eindarrest in de herroepingsprocedure ingevolge wetsartikel 382 Rv. In strijd met de wet heeft het Hof geen gevolg gegeven aan de wetsartikelen 131 Rv. en 132 Rv. , waartoe het verplicht was ingevolge wetsartikel 385 Rv., waarin dus staat aangegeven, dat het geding verder wordt gevoerd op de wijze als in de tweede titel is bepaald, waaronder dus ook vallen de wetsartikelen 131 Rv. en 132 Rv. , inhoudende dat het Hof een comparitie had moeten bevelen of partijen nog had moeten toestaan conclusies te wisselen, zijnde conclusies van repliek en dupliek, hetgeen het Hof dus heeft nagelaten. In dit eindarrest spreekt het Hof in r.o. 2 wederom ten onrechte over De motivering van de beslissing in hoger beroep. In de rolberichten wordt ook ten onrechte gesproken over ons als appellant en over ING als geïntimeerde, terwijl dit resp. eisers en gedaagde of verweerder had moeten zijn.

Uit rechtsoverweging 1.2 blijkt zelfs, dat het Hof de gehele inhoud van onze herroepingsdagvaarding heeft genegeerd. Daar staat namelijk, dat het verloop blijkt uit de conclusie van antwoord van de kant van ING.

In dit arrest zijn wij wederom veroordeeld tot proceskosten, die behoren bij een hoger beroep procedure i.p.v. kosten, die behoren bij een dagvaardingsprocedure in eerste aanleg. De veroordeling bedraagt € 3.895,--, terwijl deze € 2.580,-- diende te zijn (dit uiteraard wanneer er een rechtvaardig vonnis zou zijn gewezen, waarvan absoluut geen sprake was)

Gonnie Akkermans

10 augustus 2016

Het hele artikel op Advocatie.nl

"Een voormalig advocaat uit het arrondissement Midden-Nederland is eerder dit jaar door de Raad van Discipline van het tableau geschrapt nadat hij een cliënt in de steek had gelaten. De advocaat loog dat hij een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof had opgestart, en liet zijn cliënt vervolgens ook in de kou staan bij een kort geding."

Een ander geval van in de kou laten staan door een advocaat: Prof. mr. dr. Mr. G.M. Kerpestein te Amsterdam dumpte jaren geleden zijn cliënten (vader, moeder en zoon Hofs) na het afgesproken totale bedrag van € 19.000,--, excl. 5% kantoorkosten en B.T.W. van hen te hebben ontvangen. Voor dat bedrag zou hij meerdere procedures voeren, waarbij was afgesproken, dat zijn cliënten de inhoudelijke teksten zouden aanleveren. Na slechts enkele werkzaamheden te hebben verricht in de eerste procedure verzon hij vlak voor een belangrijke comparitie van partijen, dat hij failliet was, met zijn gezin naar Spanje zou verhuizen en daar verder zou gaan als wetenschapper. Dat was schrikken voor de betrokkenen, die bovendien krap bij kas zaten en het geld hadden moeten lenen.

De Raad van Discipline geloofde de advocaat op zijn woord, die beweerde, dat hij telefonisch tegen Hofs-Akkermans had gezegd, dat hij failliet zou gaan als hij alle werkzaamheden, die de familie van hem verlangde, zou moeten verrichten. Een professor/advocaat wordt natuurlijk zonder meer geloofd, het is veel gemakkelijker om “minkukels” de dupe te laten worden, niet waar!! De beoordeellaars hadden zich echter logischerwijs in de eerste plaats moeten afvragen, waarom de familie Hofs iets dergelijks zou verzinnen, daar hadden zij immers geen enkele belang bij. Mr. Kerpestein echter des temeer: het geld was binnen en vanwege het zogenaamde faillissement hoefde hij de toegezegde werkzaamheden niet meer te verrichten.

In deze zaak heeft de fam. Hofs op het laatste moment nog een andere advocaat gevonden, die zij echter dienden te betalen, hoewel hij uit coulance vanwege de onverkwikkelijke situatie een zeer redelijk bedrag rekende. Rechtszaken tegen mr. Kerpestein heeft de fam. Hofs ook verloren, dit zowel bij de lagere rechter als in hoger beroep. De voornaamste reden: de Raad van Discipline had immers al geoordeeld, dat mr. Kerpestein geen wanprestatie kon worden verweten door het beëindigen van zijn werkzaamheden en aldus was er ook niet onverschuldigd betaald. De proceskosten van bijna € 5.000,-- dienden door de fam. Hofs te worden betaald.

Al met al een schandalige en tenenkrommende zaak, waarbij zowel de magistraten als mr. Kerpestein grove verwijten kunnen worden gemaakt. Zowel de procedure bij de rechtbank als het hoger beroep betreffen aanfluitingen, die binnenkort in zijn geheel op deze website uitgebreid zullen worden gepubliceerd, zo ook de tuchtrechtprocedure.

2 mei 2016

Het hele artikel op Mr.

"Lodewijk Valk is benoemd tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. De ministerraad heeft besloten hem voor te dragen op voorstel van minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie."

Het is werkelijk te hopen, dat deze nieuwe advocaat-generaal beter werk verricht dan zijn voorganger, mr. J. Spier. Mijn echtgenoot en ik werden op  11 maart 2016 eigenaar van een “Conclusie” van deze A.G. ter grootte van een half A-viertje, welk werkstuk geen andere benaming verdient dan een schotschrift. Men moet daarbij in ogenschouw nemen, dat een ervaren cassatieadvocaat 23 relevante en duidelijke middelen had voorgesteld met betrekking tot een erbarmelijk en op vele punten foutief arrest d.d. 13 oktober 2015 van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zaaknummer 200.143.259). Onderstaand een korte samenvatting van hetgeen deze mr. Spier ons toedichtte (ja binnen dat halve A-viertje !):

-   Hofs c.s. hebben uitgehaald naar rechters of rechterlijke uitspraken;
-   Hofs c.s. hebben oeverloze beschouwingen gehouden;
-   Middel 16 is versierd met diverse krachttermen en beschuldigingen. (Opmerking mijnerzijds: Krachttermen zijn verwensingen, vloeken, schuttingwoorden, etc. , waarvan in de verste verte geen sprake van was in de middelen);
-   Hofs c.s. houden een warrig betoog in dit middel;
-   Middel 19 behelst vooral misplaatste verwijten van partijdigheid aan het Hof en is verder ook gestoeld op speculaties;
-   Het gestelde onder “Verzoeken zijdens Hofs c.s.” betreft een ontboezeming (denigrerend bedoeld !).

Het was weliswaar een pittige cassatiedagvaarding, maar qua inhoud en stijl geheel volgens de geldende fatsoensnormen. T.z.t. zal ik alle betreffende processtukken op deze website tonen, zodat iedere geïnteresseerde zelf een oordeel kan vormen.
Ik neem overigens aan, dat mr. Spier helemaal niets van doen met die “Conclusie” heeft gehad, maar dat dit broddelwerk is geproduceerd door één van de bureaumedewerkers, die er kennelijk niets in zag om onze dagvaarding serieus te nemen, naar aannemelijk is vanwege de omvang er van dan wel ter bescherming van de falende raadsheren, die het arrest hebben gewezen. De A.G. blijft echter verantwoordelijk.

Kortom: de Conclusie is een schande voor de veel geroemde rechtspraak.

18 april 2016

Het hele artikel op Advocatie

Een advocaat wordt in 2012 veroordeeld wegens verboden wapenbezit, en hij heeft de pech dat een ‘lokale blogger’ dat oppikt en er een redactioneel stuk over publiceert, met naam en foto. De advocaat in kwestie heeft nu met succes geëist dat Google het zoekresultaat – na het intikken van zijn naam – moet verwijderen. De rechtbank Rotterdam is van oordeel dat ‘het recht op privacy, dat tot uitdrukking komt in het verwijderen van de desbetreffende zoekresultaten, in deze zaak prevaleert boven het recht van Google om de zoekresultaten in stand te laten’.

De advocaat dient eerst een verzoek in bij Google om de zoekresultaten te verwijderen. Google laat daarop weten niet aan het verzoek te voldoen. Ook bij het College bescherming persoonsgegevens krijgt de advocaat nul op het rekest. Volgens het College gaat het om een strafrechtelijke veroordeling van recente datum, en dient berichtgeving daarover een publiek belang.

De rechtbank Rotterdam stelt eerst vast dat sprake is van de ‘verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens’. De inhoud van de bronpagina waarop het verzoek betrekking heeft bevat strafrechtelijke persoonsgegevens, nu de op deze bronpagina vermelde gegevens tot de identificatie van verzoeker als verdachte of dader kunnen leiden, aldus de rechtbank. En dat is niet toegestaan: ‘Hoewel de rechtbank zich bewust is van het vergaande praktische gevolg voor de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens door de exploitant van een zoekmachine, acht de rechtbank de conclusie onvermijdelijk dat er in dit geval sprake is van een toepasselijk verbod op de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens. De rechtbank acht derhalve het verzoek om Google te bevelen de verwijzing naar de weblinks die voortkomen uit de zoekopdracht naar de naam van de verzoeker uit de zoekresultaten te verwijderen dan wel af te schermen, reeds hierom toewijsbaar.’

13 april 2016

De column op Advocatie

Mijn reactie op de column van Juriaan Mensch:

Jaap Winter heeft dus met betrekking tot het ontstaan van de financiële crisis gezegd, dit geheel terecht, dat rechtsbeoefenaren oog moeten hebben voor de gevolgen van hun handelen.

Mijn visie is, dat rechtsbeoefenaren, waaronder ook rechters, bij de uitoefening van hun beroep sowieso steeds oog moeten hebben voor die gevolgen, hetgeen er ook toe zou leiden, dat zij hun werk met meer inzet en beter zouden doen en minder vaak kapitale blunders zouden begaan, waardoor de uitkomst van een procedure ten gronde foutief is en burgers ten onrechte worden veroordeeld.

Wat te denken van de drie raadsheren van het gerechtshof Arnhem, die een man van 39 jaar (R. Hofs) in een arrest d.d. 19 april 2011 100% zeker ten onrechte hebben veroordeeld tot het betalen aan een vastgoedmaatschappij (V.N.I. Enschede B.V.) van een bedrag van € 531.710,40 aan huurachterstand (!) en tevens tot een bedrag aan rente van € 116.193,46 (welke rente door V.N.I. bovendien helemaal niet gevorderd was). Aan die idioterie hebben meerdere advocaten van Poelmann van den Broek (toentertijd Hoge van den Broek) overigens enthousiast meegewerkt, dit door het verkondigen van vele leugens en regelrechte verzinsels in hun processtukken en tijdens comparities (dit ondanks wetsartikel 21 Rv.). Het tuchtrecht mocht niet baten ondanks de bewijsvoering van Hofs, dat één van die advocaten (mr. J. Naus) tijdens de procedure ten gunste van zijn cliënte een door Hofs te betalen boete van € 604.321, 66 (later zelfs uitgegroeid tot € 739.730,06) had geclaimd, dit ingevolge artikel 14.2 van de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst, terwijl die boete ingevolge dat artikel hooguit enkele duizenden euro’s had kunnen bedragen. De Raad van Discipline vond de verklaring van de advocaat, dat hij deze berekening zo van zijn cliënte had ontvangen, afdoende om te stellen, dat hem niets te verwijten was.

De gehele kwestie is toentertijd door mij bekend gemaakt aan o.a. mr. R.J. Hoekstra, de interim rapporteur toezicht advocatuur, maar ook daarmee is zoals te verwachten was niets gedaan, omdat het onderzoek niet degelijk is verricht en er geen enkele waarachtige drive was om het toezicht op advocaten te verbeteren.

Op deze website zijn alle procedures V.N.I./R.T.B. Hofs te vinden, zo ook het arrest d.d. 19 april 2011 en de keiharde bewijsvoering, dat Hofs onterecht is veroordeeld. Van dit arrest is Hofs uiteraard in cassatie gegaan. Ook de A.G. heeft in zijn Conclusie echter spraakmakende juridische misslagen begaan om naar aannemelijk is zodoende de raadsheren uit de wind te kunnen houden. Tenslotte heeft de Hoge Raad op 14 juni 2013 het advies van de A.G. opgevolgd en simpelweg gesteld, dat de in de middelen aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat dit oordeel gezien art. 81 lid 1 RO geen nadere motivering behoeft. De uitgebreide “Borgersbrief” van de cassatieadvocaat werd daarbij genegeerd, hetgeen een ernstige procedurele schending vertegenwoordigt!

Leve onze rechtsstaat!

Gonnie Akkermans

11 april 2016

Het hele artikel op Mr.

"De rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de advocatuur hebben met alle juridische faculteiten afspraken gemaakt over het niveau van afgestudeerde juristen met de aantekening 'civiel effect' op hun bul. Dit moet waarborgen dat deze afgestudeerden de vereiste kennis en kunde in huis hebben om door te kunnen studeren voor rechter, officier van justitie of advocaat."

Dat convenant is een goed idee in verband met de vereiste theoretische kennis van de toga's. Belangrijker is echter, dat de te verrichten werkzaamheden deskundig en met de juiste inzet en motivatie worden vervuld en dat als uitgangspunt daarbij waarheidsvinding hoog in het vaandel staat. Helaas is de praktijk in deze vaak dramatisch. Ik beschik inmiddels over liefst meer dan twintig erbarmelijke rechterlijke uitspraken, die t.z.t. alle op deze website zullen worden gepubliceerd, dit met de relevante bewijsvoering omtrent het broddelwerk en erger. Ook zal er worden bewezen, dat het niveau van advocaten vaak veel te wensen overlaat en er heel vaak regelrechte onzin wordt uitgekraamd. Ik hoop spoedig de tijd te vinden om tot actie over te gaan.

31 maart 2016

Het hele artikel op Mr.

"De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) lanceert binnenkort een app om advocaten te helpen bij morele dilemma’s. De DilemmApp (voor iOS en Android) gaat naar verwachting in de tweede helft van april live."

Het geheel van waarden en normen (beroepsethiek) waaraan de beroepsbeoefenaar (in dit geval de advocaat) zich bij de uitoefening van zijn/haar beroep dient te houden zou al gewaarborgd moeten zijn door de afgelegde integriteitseed en wetsartikel 21 Rv. Het is echter een goed idee daar toch regelmatig een discussie over te voeren. Mijn ervaring is namelijk dat sommige advocaten er geen enkele beroepsethiek op na houden en via leugens en soms regelrecht bedrog een gunstige uitspraak van de rechter voor hun cliënt (en met name voor zichzelf) trachten te behalen en dit met succes. Op deze website zijn daar voorbeelden van te vinden en binnen afzienbare tijd zullen er nog vele volgen.

30 maart 2016

Het hele artikel op Advocatie

"Anti-kernwapen  advocaat  Meindert  Stelling  is  vorige  week  maandag  door  de  Raad  van Discipline  in  Den  Haag  geschrapt  van  het  tableau.  Volgens  de  Raad  geeft  Stelling  bij voortduring blijk ‘van een voor een  advocaat  zeer  ongepast  gebrek  aan  eerbied  voor  de rechterlijke autoriteiten’. Na eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen blijkt volgens de Raad dat  Stelling  zich  niks  aantrekt  aan  het  oordeel  van  de  tuchtrechter,  en  dat  hij  zich  niet  wil conformeren aan de voor advocaten geldende regels."

Het is vanzelfsprekend juist en logisch, dat men magistraten correct en fatsoenlijk bejegent,  hetgeen voor burgers en met name voor advocaten geldt, die zich in deze immers ook aan de geldende gedragsregels hebben te houden. Ik begrijp echter niet, dat men eerbied voor de rechterlijke macht moet hebben, zoals u stelt. Iemand verdient alleen een soort van eerbied dan wel waardering, wanneer hij of zij zich gedraagt als een waardig en waardevol mens, bijvoorbeeld in zijn of haar vakgebied. Niet iedere rechter gedraagt zich echter volgens de voor hem of haar geldende normen en/of levert deskundig en integer werk. Op deze website wordt één procedure (tussen V.N.I. Enschede B.V. en vader en zoon Hofs) in al zijn schokkende facetten voor het voetlicht gebracht, waarbij blijkt, dat meerdere rechters zeer slecht werk hebben geleverd en dit veelal ook nog om hen moverende redenen opzettelijk hebben gedaan, dienaangaande de uitdrukking eerbied vanzelfsprekend niet past. In de komende maanden en jaren zullen nog vele overtuigende voorbeelden op onze website volgen hoe magistraten zich zonder enige scrupule hebben (en helaas nog zullen) misdragen in hun uitspraken. Ik sta dan ook met de andere leden van VJIV en vele andere medestanders volledig echter de uitspraak van mr. Stelling, inhoudende dat bedrog in de vorm van een rechterlijke uitspraak een verraderlijke dolkstoot is in de rug van de rechtsstaat.

De Raad van Discipline schrijft in haar Beslissing o.a. ook, dat uit de open norm van artikel 46 Advocatenwet voldoende blijkt, dat deze onder meer een verbod op het doen van beledigende en grievende uitlatingen inhoudt. Dat mag juist zijn, maar bij mij komt dan meteen de vraag boven, waarom het een A.G. van de Hoge Raad wel is toegestaan om in een recentelijk door mij en mijn echtgenoot ontvangen ”Conclusie” vele malen op werkelijk ontoelaatbare wijze te reageren op een weliswaar pittig maar ten gronde fatsoenlijk cassatieberoep met vele middelen, die benodigd waren vanwege het erbarmelijke werk van het gerechtshof te Arnhem. De betreffende A.G. doet het in zijn werkstuk van nauwelijks een half A-viertje op blanco papier en zonder dat het duidelijk is wie de ondertekenaar van het stuk is zelfs voorkomen, alsof er in die dagvaarding krachttermen zijn gebruikt ! Ook deze procedure zal binnen afzienbare tijd ter beoordeling van iedere geïnteresseerde op onze website zijn te vinden.

De Raad spreekt ook over het vertrouwen in de advocatuur. Welnu, bij vele burgers bestaat er geen enkel vertrouwen in de advocatuur, zelfs niet in de eigen (dik betaalde) advocaat. In de komende maanden zal een lange reeks van voorbeelden inzake de door advocaten geponeerde ondeskundige uitlatingen, wetsverkrachtingen, aperte leugens en anderszins tenenkrommend werk en concrete pogingen tot oplichting op onze website worden verwoord. Het zal iedere lezer dan ook duidelijk worden, dat advocaten veelal geen enkele boodschap hebben aan wetsartikel 21 Rv. Ook het tuchtrecht biedt geen enkele soelaas dergelijke advocaten tot de orde te roepen, omdat het meestentijds blijk geeft van partijdigheid ten gunste van de aangeklaagde advocaten. Ook in deze hebben mijn echtgenoot, ikzelf en onze zoon slechte ervaringen opgedaan, de betreffende casussen zullen t.z.t. eveneens op de website gedetailleerd uit de doeken worden gedaan. Het Hof van Discipline is er zelfs in geslaagd om een deken vrij te pleiten, terwijl deze overtuigend de wet had overtreden. Dit in de trant van: de deken heeft wel op u geschoten, maar u daarbij niet geraakt, dus wat zeurt u nou! Het tuchtrecht heeft maar één belang en dat is de overtreder te beschermen en af en toe voor de Bühne en de statistieken/jaarverslagen een Barbertje te laten hangen.